Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moest een nieuwe orderbrief worden uitgeschreven, om Cato's fout te herstellen. En daar stond het, 't was haar of het onbehagelijk zeer deed, alzoo te teekenen: C. Streefkerk-Laf eber. Even wachtte ze met het stuk af te geven, want het moest drogen. Toen ineens zette ze nog onder haar naam: Eenig eigenares van Scheepswerf Het Boegbeeld. En zoo was het goed.

Heeft daardoor die commissionair lucht gekregen van wat er in haar onklaar was ? Hij vroeg tenminste bar vrindelijk, of ze soms pas getrouwd waren. Leendert gaf bescheid daarover en toen had je dien beleefden rakker met de geteekende order op zak eens beenen moeten zien maken. „Akelig".... vond Cato nadat hij heen was.... ,,'t lijkt wel of hij zijn eigen van een dubbelen moord beschuldigde."

Maar Leendert nam haar twee handen vast, keek haar diep en vast in de oogen en vroeg: „maar Cato, kan je dan nooit eens aan mij alleen denken en die werf een paar uur geheel uit je hoofd zetten?"

,,'t Is toch ook in jouw belang, Leendert."

„Zeg van nu af liever man tegen me."

„Man? Nee, ik zeg Leendert. Dan weet ik, wat ik bedoel. En als ik ooit Leendert Streefkerk zeg, dan weet je heel zeker dat ik jou bedoel."

„Cato, laten we goed zijn voor elkaar."

„Ja, dat spreekt."

„En probeer wat hartelijker te zijn, Cato."

„Ben ik dan niet hartelijk?"

„Je bent, zelfs op je trouwdag, een koopvrouw."

„In jouw belang tevens, dat zei ik toch. Jij wou toch zeebootjes met me bouwen, dat zei je toch zelf?"

„Ja Cato, dat wil ik graag. Maar eerst en vooral wil ik jou. Ga je mee, slapen? 't Is al Iaat."

„Ga jij maar alvast slapen, Leendert. Ik ga eerst die ramspartij profielijzer netjes op schrift zetten en uitnummeren naar onze magazijnletters, anders weet later geen sterveling hoe de spullen liggen."

Toen gaf Leendert Streefkerk het op. Hij trok moedeloos

Sluiten