Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hardvochtig woord op te vreten. Leendert verdiende dat.... hij spaarde ook haar.

Ze had hem nu leeren kennen. Een lievelustig heer, een wilde aard. Of zouden alle mannen zoo woest zijn? Ze gaat niet met vrouwen om, heeft weet noch ervaring daarin. Andere vrouwen zitten in opgedirkte huiskamertjes en prutsen een handwerkje, zij zit op haar kantoor en laat schepen bouwen. Andere vrouwen zijn bang van muizen; zij slaat met haar stok de waterrotten kapot, die touw komen wegsleepen voor hun nesten. Andere vrouwen gaan met haar man naar de stad, naar comedie en opera; zij heeft daar tijd noch lust voor.... de werf vreet alle aandacht op. Ze vat niet, wat die vrouwen doen met hun heelen dag. Gerechtigheid; ze moet zich toch eens voorstellen, jarenlang getrouwd te zijn geweest en jarenlang dezelfde kopjes en vaatwerk te hebben gespoeld. En altijd weer wordt diezelfde rommel vuil. Waar is de grens, tusschen meid en huisvrouw bij deze huisparkieten? En wat is haarlui vreugde?

Zij, Cato, ze kan zoo bar, zoo onzegbaar gelukkig zijn, als een degelijk opgekalefaterd schip haar werf verlaat, de schipper tevreden is, het geld naar de bank, de helling weer bereid een andere vracht hoog uit het water te torsen. Dat is haar een geluk, waar ze weer weken lang op teren kan. Dat Leendert, die toch ook fel met het bedrijf meeleeft — en waarin ze hem waardeert, meer dan ze Marius ooit gewaardeerd heeft — dat zoo'n man daar nu niet genoeg aan heeft. Ze verstaat dat niet. En telkens weer moet ze den smak maken, zij, die de meerdere is op Het Boegbeeld, die daar kerels als boomen regeert.... tot de mindere in het samenzijn. O, dacht ze dan, dat ik toch als man ware geboren en ook daarin te gezeggen had, dan was mijn leven compleet.

En haar verweer stompt af, gelijk haar droom van vrouwengeluk vervloeit; ze geeft zich over met afgewend hoofd en afgewende gedachten, omdat ze aan den aard van Leendert toch niets veranderen kan. Dat heeft ze er

Sluiten