Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drijf. In de Noordzee waren de Duitsche duikbooten verschenen en de blokkade werd met den dag zwaarder gevoeld. Kleine schepen moesten er zijn; geen tweeduizend tonners, neen, zeewaarde barges van hoogstens 500 ton. rauw en gauw gebouwd, met opleveringstermijn niet in maanden, maar in weken gemeten. Kleine booten, die makkelijk door de mijnen en duikbooten heen konden glippen, want ons volk moest van voedsel worden voorzien. En de handel schreeuwde om waren. Kleine booten.... jawel, stamp ze maar eens uit den grond. Alles wat oud en eigenlijk al uit de vaart was, werd maar in de gauwte opgeknapt. Alsjeblieft niet te precies; driekwart ervan was toch voorbestemd om te zinken. De zorg voor goeie sloepen aan boord woog zwaarder in die jaren, dan al het andere. Toen deed Cato haar slag. Ze kocht drie uit de vaart zijnde trawlers op, die ze in revolutietempo klaar liet maken voor de kleine vrachtvaart. En ze zag zoowaar nog kans een paar barges te bemachtigen, die ze, zonder dat de schuiten ooit aan haar werf zijn geweest, weer van de hand deed. Er vloeide goud naar Scheepswerf Het Boegbeeld. Nog voor de Anne Christine van stapel liep, was weer de kiel gelegd voor een achthonderdtons oliebootje, een haastkarwei gelijk al het andere.

En toen kwam Bart Zwartewaal langs haar wal. Er viel ook in de binnenvaart veel te verhapstukken en hij wou zoo snel als doenlijk, gekrabd en geschilderd worden en wat er verder nog zou blijken te doen. Maar ze kwam heel niet te voorschijn. „Zeg maar aan dien schipper," droeg ze heur klerk op: „dat hij naar Stolwijkersluis vaart, naar de Kroonprinces, 't is hier vandaag den dag te druk voor zulksoort klein gescharrel."

Maar de schipper van de Semper Avanti kwam op de werf, zocht haar en zond haar in 't ruim van den nieuwbouw. „Je hebt het hier te druk, Cato? Ook te druk om me eigens te ontvangen?"

„Ja," zei ze geërgerd: „veel te druk en geen zinnigheid tevens." Daarmede draaide zij zich om en liet den klipper-

Sluiten