Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Directeur buigt zich al over haar heen: „Bent U niet goed, mevrouw?"

„Een beetje duizelig," zegt ze: „maar dat hoeft niemand te merken, 't Gaat wel over."

De ander zegt een vriendelijk woord terug en presenteert haar een tabletje tegen hoofdpijn. Maar ze weert dat af. Nu ze weet, wat haar kwaal is, vindt zij beheersching tegen dat verhanseld gevoelen. En ze weet zelfs nog een beetje mee te praten over de boot, haar Anne Chrisline. En over haar Vader, die bij zijn leven voor dezen zelfden opdrachtgever de woning heeft vergroot op een Rijnkast, die in de bovenvaart kwam. Maar dan toch eindelijk is de eetpartij ten einde en mag ze weer terug naar haar werf, mag ze alleen zijn.

Ook Leendert heeft aan tafel wel waargenomen, dat ze bleek werd. Hij vraagt haar bescheid. Maar ze verzwijgt het. Waarom? Ze weet het niet. Eerst wil ze er alleen mee zijn, dat onthutsende besef verwerken, gansch en al indrinken. En dan eerst zal ze 't hem zeggen, wat er onder haar hart leeft.

Als het dat wel is. Want is het wel waar? Wat weet ze eigenlijk van zoodanige dingen af? Ze kan zich toch vergissen en 't kan wat anders geweest zijn, van alderhande dingen, noem maar op. Maar neen.... ze voelde het daarjuist op 't Nieuwe Veer opnieuw.... ze heeft leven in zich. Verschrikkelijk, verschrikkelijk! Een vrouw van bekantdrie en veertig jaar een kind ter wereld brengen, haar eerste kind. Oud zal ze zijn en gebrekkig wellicht, eer dat kind volwassen is en haar hulp kan ontberen. Wat heeft zoo'n kind eraan, geboren te worden op een werf, tusschen staalspanten en profielijzers. Wat moet zij, de bazin van zulk een tempo-bedrijf in oorlogstijd, aanvangen met een kind? Waar zal ze het laten, ja waar zal ze het ter wereld brengen ? Haar zinnen staan daar niet naar, haar gedachten zijn er niet op ingesteld. Ze heeft er geen verstand van, hoe dat alles moet met zoo'n kind, hoe je het groot brengt. O, wat een bliksemslag! Daar vallen haar plannen omver,

Sluiten