Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze gaat naar het bed: ze is er met het leven. Ze staat op: klop, klop, voelt ze van dat leven. Ze gaat staal koopen in Rotterdam, mee gaat het leven; al ging ze naar Pruisisch Polen.... haar zou het leven volgen. Ze is het ruim, dat het leven draagt; 't is een met haar in al haar gaan en staan. En even zeker, even onafwendbaar als het in haar lichaam aanwast.... zóó zeker zal ze het straks afgeven voor de wereld. En dan, en dan? Dat is het einde niet, neen, dat is het begin.

Vervloeken kan ze het, dat ze in deze fuik gevangen zit. Heeft ze ooit naar het huwelijksbed gehaakt? Neen toch! Waarom wordt haar dan dit bittere loon gegeven. Als heden dat leven in haar lijf versmoorde, zou ze er morgen niet meer om treuren. Neen, ze zou dat een verademing achten; haar leven ging dan weer op de geprojecteerde lijnen door. Schepen zullen door haar gebouwd en verbouwd worden, loeren zal ze in dezen tijd van onrust en geldbezetenheid naar waar de winsten liggen te rapen. Maar om kinderen heeft ze niet gevraagd. En hoewel ze dat groeiende leven met verbittering wacht, ziet Leendert toch goed, dat ze het spaart. Ze klautert niet meer als een nagelpieper zoo rap en zorgeloos, in een scheepsruim, je ziet haar niet meer boven op de bok of op de hijschkraan, ja ze let op dorpels en rondslingerend ijzer waar ze gaat.

Ook verandert ze nog van plan. Op het bureau waar ze kraamverpleegsters verhuren heeft ze vernomen, dat een vrouw op haar leeftijd er wijzer aan doet, naar een inrichting te komen en niet thuis te blijven. „Naar een dokter? Naar zoo'n vreemden man? Nooit!"

„Gaat U dan naar de vroedvrouwenschool in Rotterdam," wordt haar wijders geraden: „daar hebben ze ook vrouwelijke dokters. En U bent er onder goede verzorging, bij alle eventualiteiten."

„Kan het dan kwaad op mijn jaren?"

„Niet bepaald. Maar meestal baart een jonge vrouw toch makkelijker. Maakt U zich nu maar niet ongerust."

Ze heeft toen zoo besloten, maar onrust was wèl in

Sluiten