Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je bent de vader, je hebt er rechten op. Maar dan ga ik in Dordt wonen en overdag werk ik hier."

„En 't onnoozele schaap dat het niet kan helpen, moet dat alles verduren ?"

Ze staart voor zich uit. Ja, dat onnoozele schaap, dat met zijn voetjes zich bij haar kenbaar maakt. Dat kind heeft het niet getroffen. Daarin heeft Leendert een waar woord gezegd. Hij, Leendert, is de oorzaak van deze ellende, maar 't kind is onschuldig. En als ze die huishoudster wèl hier laat blijven.... och misschien is dat wel beter, ook voor het kwade gerucht van buiten. Ze krijgt een ingeving en klemt zich daaraan vast.

„Leendert, hoor eens," zegt ze zacht.

Hij kijkt verrast op en zoekt haar oogen. Maar wat ziet hij daar.... ze blikt hem vrindelijk aan. De bitterheid is er uit weg. Schielijk komt hij naast haar zitten, legt z'n handen in haar schoot. Haar genegenheid golft naar hem over; is er wat in haar hersens gesprongen?"

„Als ik," vraagt ze vleierig, als ik het kind dan hier laat en als we er samen goed voor gaan zorgen waar.... wil jij me dan één ding beloven?"

„Vraag op, Cato!" roept hij uit, „vraag maar!"

„Willen we dan van nu af voorgoed alleen maar compagnons zijn.... 't is nou wèl geweest. Jij hebt dan je kind en wij samen verder ons werk."

„Cato.... dat is toch zoo zwaar!"

„Jij bent al die jaren voor we trouwden toch ook zonder vrouw door 't leven gegaan."

„Cato," zegt hijs „je bent als vrouw niet veel voor me geweest, al draag je nu een kind van me. En toch bleef ik van je houden. Waarom? Eigenlijk moest ik, om wat je me de laatste maanden hebt op te vreten gegeven, op je trappen. De laagste woorden waren, al6 't mij betrof, nog niet min genoeg. En toch ben ik van je blijven houden. Je draagt nu een kind, je bent zwaar. Ik versta niet, als ik je zoo zie zitten, dat anderen 't niet aan je waarnemen. En toch vind ik je mooi, Cato. Wat mij betreft stort morgen

Sluiten