Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Bestel een auto!"

„Goed, ik doe het; direct."

Een uur nadien was ze in Rotterdam en lag ze in kleeren van het huis, te wachten op haar smarten. Leendert zat in de gang en wachtte ook. Maar er kwam een verpleegster hem zeggen namens de dokter, dat hij gerust naar huis kon gaan, 't kon nog wel heel den nacht duren. „U begrijpt een prime en dan bij een vrouw van in de veertig."

Zoo liet hij haar achter.

En Cato, zoo ze daar op het Engelsche bed ligt, een zuster met een haakwerkje aan 't voeteneind op een stoel, ze zwijgt en verknauwt haar pijnen. Soms vraagt de zuster haar wat, dan antwoordt ze toonloos met een enkel hoognoodig woord. Geen klacht komt over haar verknepen lippen.

Zoo duurt dat uren. De weeën worden heviger, haar halsaderen spannen zich als koorden en haar oogen zijn bloeddoorloopen. Maar dén eersten schreeuw moet ze nog slaken. Ja, zelfs kreunt ze niet.

De zuster vindt dat vreemd; ze is dat zoo niet gewoon. En ze ziet toch, hoe deze vrouw op jaren ligt te martelen. Waarom probeert ze dan niet, of kermen haar niet wat opluchting geven kan? Dat doen toch de meeste vrouwen.

En de nacht gaat in, zonder dat er veel vordering is te bespeuren. De medica heeft haar nog even onderzocht: een traag verloop, maar normale ligging.... afwachten. Gansch den nacht door tempteeren haar de weeën, steeds in korter tusschenpoos. En Cato verduurt het. Haar oogen puilen uit de kassen, de nagels heeft ze door 't vleesch harer halmpalmen gedrukt, maar ze slaakt geen kreet. En 't wordt ochtend, de zuster telt tusschen twee weeën nog maar vijf minuten.... nu waarschuwt ze de dokter. Zij komt en schudt mismoedig het hoofd. Een verloren nacht mag ze niet zeggen.... iedere wee heeft aandeel in de verlossing.... maar het is zoo'n moedeloos traag verloop.

En die vrouw daar op het bed, ze zegt maar niets en vraagt maar niets. De zuster is blij, te worden afgelost

Sluiten