Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met werk op die vuile werf? Haar gedachten vallen nu nog telkens om, anders zou ze daarop doordenken om een klaar antwoord gereed te hebben, straks voor die lange vrouw in haar witte doktersjas. Maar dat antwoord moet volkomen goed zijn; ze wil dat kind ook geen levenskans benemen. Het leeft, het is er.... nu moet het verder bestaan. Gelijk een nieuwgebouwd schip, dat van de helling is. Dat wordt toch ook niet verlaten, maar afgebouwd en afgewerkt. Ze doet even haar oogen toe, dan ziet ze het aangename beeld van niever werkvolk, kroelende over haar werf. Haar werf, waar de hartklop van 't werk woest slaat, in een tempo, dat haar wild van vreugde maakt. Dommelde ze, of bleef ze wakker? Ineens staat de dokter voor haar bed. Die leunt over het voeteneind van het bed en kijkt aandachtig naar de oude moeder. Zoo heeft ze misschien al lang gestaan — denkt Cato en deze gedachte verwart haar. Daarom wil ze 't ineens maar zeggen, vóór ze nog meer van de wijs raakt.

„Dat kind voeden, daar komt niks van!"

,-Daar denk ik juist zoo over, mevrouw. Dat wordt niets. Ik kan me tenminste geen enkel soortgelijk geval uit m'n practijk in de gedachte brengen, waarbij er zog kwam."

„Zeg dat dan maar aan de zuster; die denkt, dat het moét."

„Men kan van moeten nooit spreken. Hoogstens van beproeven. En beproeven is licht gedaan, vooral nu U toch hier bent."

„Maar als het tóch niets wordt."

„Zekerheid hebben we pas over een week."

„Ik heb liever, dat ze er mee ophouden."

„Waarom? Voedt U uw kindje niet graag?"

„Nee."

„Maar.... mevrouw. Als U wist, hoeveel beter de moedermelk is, boven welk ander voedsel."

„Ik ben daar te oud voor. En ik praat er liever niet over ook."

„Kom; ik zal U niet hinderen, mevrouw. Ik kan wel

Sluiten