Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een beetje in uw gedachte komen. En omdat het immers maar looze waarde heeft — U zult toch wel geen zog krijgen — heeft het ook geen zin, dat we kibbelen. Houdt U zich maar rustig. Zoolang U hier bent, hebben we wel moedermelk voor uw kindje, bij ons is altijd overvloed. En ze geven het graag, de jonge moedertjes die te veel hebben."

't Kan Cato niets schelen.... die overdaad niet en dat grage geven niet.... Want ze heeft daar geen doorzicht in, het behoort tot een ander levensbeeld. Haar graagte is gelegen op haar werf. Maar er gaat een voldoening door haar heen, dat deze aanslag op haar bestaan van werken voorbij is. Het zal geen doel hebben, dus 't hoeft niet eens te worden geprobeerd.

„Maar als er zog komt," vraagt nog die vrouw: „dan moet U werkelijk aan uw kindje denken."

„En er komt geen zog."

-,Zoo verwacht ik het. Dat is de gewone gang van zaken in uw omstandigheid, gelijk ik al zei. Maar zekerheid hebben we niet."

„Goed," zegt ze grimmig: „als de rozen gaan bloeien in den winter, mogen jullie komen en ze plukken."

Er is nu ook een middag voorbij gegaan, een rustige middag, waarin ze niet werd gestoord. Vrij draafden haar gedachten over de werf, door niets gehinderd, ook niet door pijn. Rustig is ze, zoo om te zien, want haar oogen staren onophoudelijk. En ze vraagt niets. Ze behoeft geen hulp, ze kan de aanwezigheid van een zuster best missen, ze voelt haar krachten weer wat groeien. Veel rustiger is ze, dan haar omgeving. Soms gaat de deur van haar witte gevangenis even open, verschijnt een hoofd en het is weer weg. Een oudere zuster stapt binnen, staart haar aan en gaat heen. Die zuster heeft wat vreemds in haar facie; is het haar snor, haar gebiedend uiterlijk? Cato heeft geen behoefte hoegenaamd, dat te doorgronden.

Sluiten