Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De man, die haar leerde zeebootjes bouwen is doodgevallen. Van de kraan gevallen, waar de houten Kroonprinces op staat te staren naar de Noord. Die staat en staart daar nog, berichtend het schippersvolk, dat er jubel is en rouw op de werf die naar haar genaamd is. Jubel om het jonggeborene, rouw om den doode. En die doode, het is de vader van Anne Christine; hij heeft dat kind — het is toch wel zoo klein — nooit gezien. Misschien had Leendert er wel van gehouden. Zonde dat hij dood is, 't kind had dan een vader gehad, die er van had gehouden.

Zonde van zoo'n doodsval.... wie moet thans den ombouw der lichters teekenen? Ze heeft nu een kind er bij en een degelijk zorgzaam werker voor de werf gaf ze af. 't Is een kwaaie inruil, maar 't is onverbiddelijk. En dat blijft zoo, al worstelt ze een minuut, een uur of een dag met die gedachte.

Maar nu moet ze besluiten. Ze belt. „Geef me papier en potlood. Mag ik nog niet schrijven? Maggen! Hier valt niks niet of wel te maggen, hier moet! 't Gaat om groote belangen, snotjong!"

En ze bekomt wat ze vraagt, want haar oogen staan dreigend, als van een verdoolde. Met groote leters schrijft ze aan haar werkmeester, dit eene: Stuur al het volk naar huis tot ik terug hen, ik kom gauw. Cato Lafeber.

Nog schrijft ze een brief naar haar Notaris. Een enkel woord maar; ze wil hem direct en vandaag nog spreken. Zoo is het goed, geen huilderigheden aan haar kraambed. Ze kan best haar zaken regelen met den Notaris, die heeft in z'n loopbaan genoeg miserie gezien. Zoo'n man grient niet meer. En 't werk moet stilliggen. Leendert is dood, geeft dan het werken wel pas? En toezicht is er niet. Wat zou dat kunnen kosten, als er zonder degelijk toezicht van boven af, toch doorgewerkt werd? Daar kan de winst van maanden in verramponeerd worden. Ja ja, ook stilliggen kost geld; vooral nu. Iedere opdracht heeft woeste haast en zeker de lichters. De zee is onveilig; dag aan dag zijn opnieuw kleine schepen van noode voor de nachtelijke con-

Sluiten