Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XII

DE HOOGE GREEP

De Weduwe C. Streefkerk-Lafeber vraagt van niemand medelijden. Haar leven is afgebogen van de lijn, die zij in liaar gedachte had getrokken, maar dat gaat anderen niet aan. Zij zit daar in het poorthuis van den Ruigenhil alle avonden alleen. Dan is er geen Leendert, waarmee over 't werk gesproken kan worden. Over de eindboekhouding gaan haar oogen nu alleen. Als ze mogelijkheid ziet van nieuwbouw of herbouw, behoeft ze soms advies van een ander vakman. Dat advies moet kort zijn, zij alleen hoeft het te verstaan in de geldelijke gevolgen. Alle zakelijke overwegingen komen nu van haar. Daarom zijn de besluiten nu moeilijker te nemen; het gaat haar stroever af inblik te bekomen in de bijzonderheden, die heel speciaal den teekenaar-constructeur bekend zijn. Maar ze weet het toch altijd wel zoo te plooien, dat de nieuweling haar beperkte afhankelijkheid niet al te zeer bemerkt. En de vent slaat dan ook geen acht op haar hulpeloosheid.

Toch bemerkt ze, dat ze in kennis omtrent nieuwbouw gegroeid is. Ze heeft haar ervaringen goed verwerkt en die staan in haar hersens gegriffeld, tot haar laatsten snik. En ze vreest dan ook niet, ooit dupe te zullen worden van een luchthartig advies, een al te rauwe calculatie.

Wel mist ze dus Leendert, maar 't gemis is te hebben. Haar bedrijf zal er nu niet meer stuk aan gaan, dat hij neergevallen is uit de kraan, op de bodembeplating van de Patrick Mervill. En voor 't overige.... wat beuzelen de menschen, met wie ze in zakenrelatie staat, over het diepe

Sluiten