Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op die braafbedoelde eigengereedheden, 't Commando moet nu eenmaal van eenen kant komen. Ze daalt de stalen treden af en noteert, dat ze roest heeft gezien, die kraan moet geschilderd worden. Maar eerst als ze weer op het terrein staat, denkt ze er aan, dat ze vergeten heeft naar haar beeld daar boven om te zien. Ja, het staat daar nog in de verte. Is het eigenlijk wel een goede plaats ervoor? Zij, op de werf, zien er bijkans niets van. En zelfs als je op de kraan staat, kijk je 't alleen in den rug. Het moge dan het houten portret zijn van een afzijdig vrouwspersoon, wier genegenheid vast niet voor allen is geweest, zóó afzijdig als het hier staat, is toch wel erg. Ze bezit dat beeld, ze heeft voor dat bezit zich gewrongen in bochten en.... nu ziet ze het nooit. Dat lijkt op den geldhonger van den man, die zijn glanzende dukaten begroef. Maar toch kan ze niet besluiten, haar beeld te verplaatsen. Van die kraan moet ze afblijven. Alles, wat ze verandert aan of op die kraan, zal opspraak verwekken.

.5»

Omstreeks dien tijd vernam ze ook voor 't eerst van de moeilijkheden, die er waren met Pieter Bon's Scheepsbouw- & Droogdokmaatschappij. Hoe dat mogelijk was in dezen tijd, verstond ze niet, maar Bon zat er zwart voor. Daar moet op barmenschelijke wijze door personeel gestolen zijn — overweegt ze. Want de Bon's zijn toch scheepsbouwers van traditie en men mag aannemen, dat ze hun werk daar verstaan. En een scheepsbouwer hoeft toch in deze jaren niet aan lager wal te geraken.... het geld rolt je toch tegemoet, goud drijft op de golven. Ja, wel is er armoe onder het volk. Ze leest ervan, ze hoort van straatgevechten om aardappelen en brood, van vrouwenstoeten door de straten.... maar dat is alles zoo ver van haar bedrijf. Haar werf floreert, ondanks de peperdure loonen. Haar werkvolk hoeft de straat niet op, om honger te roepen. Want al is het voedsel schaarsch, werkvolk dat op den buiten woont weet altijd nog wel wat te bemachtigen.

Sluiten