Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De menschen zijn ware heksenmeesters daarin geworden; ze hoort ervan vertellen op de werf. Maar dergelijke nood heeft toch niet een scheepswerf en zeker niet een dokbedrijf in dezen grooten tijd. Neen, ze verstaat het niet. En ze zit met half-diclitgeknepen oogen te luisteren naar Ir. Durgerdam die 't haar als nieuwtje kwam vertellen.

„Maar dat is me heelemaal geen nieuws," zegt ze en laat den ander raden.

„Wist U dat al? En wij, die er in zitten met een dikke vier ton aan machinerieën, weten het sedert Dinsdag."

„Ik weet het wel meneer; 't geld wordt veel te makkelijk verdiend in dezen tijd en daarom wordt niet goed genoeg uitgezien naar de teeketien van verval. Maar toen Bon einde '17 dat middelste dok naar Amsterdam verkocht.... toen hadden jullie geen crediet meer moeten geven. Of bankgarantie er op."

„O, 't waren dus vermoedens en dan is 't achteraf makkelijk te zeggen, dat het wel voorzien is."

„Nou goed, wilt U bewijs? Wil ik de papieren op tafel leggen? Heeft Bon van het dokbedrijf geen aparte N.V. willen maken?"

„Ja, maar ook daar hebben we eerst dezer dagen van gehoord."

„Ik dan al wat eerder, 't Is me namelijk aangeboden."

„Hè?"

„Ja, aangeboden."

„En waarom hebt U óns dan niet even gewaarschuwd. Wat had ons dat kunnen besparen."

„Ditzelfde kunnen twintig anderen vragen. Maar gaf het pas, dat ik rondging als ongeluksbooi van die menschen? Ze hadden me dat aanbod in vertrouwen gedaan. Nü praat ik er over; de kogel is toch door de kerk."

„Waarom hebt U 't niet genomen?"

„Och, ik heb andere zorgen. Waar moet ik hier een dok meeren? En dan nog wat: zoo op 't oog zeg ik, dat een dok vandaag aan den dag goud waard is, want er wordt nog al eens wat binnen gesleept, dat aardig verkreukeld

Sluiten