Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Op hoeveel schat U de waarde van terreinen en opstallen?"

„Met machinerie en materiaal en schepen in aanbouw?"

„Ja zeker; schat U nu eens."

„Zonder aarzelen zegt ze: „Normaal gesproken twee en half millioen, maar in dezen tijd ruim drie."

„Ik sta versteld; dat is nauwgezet ook onze berekening. Hoe komt U daar zoo aan?"

„Een week geleden eens becijferd. Voor wien drie millioen op tafel leggen kon, zou 't bedrijf nog juist hanteerbaar zijn."

„Vindt U dat werkelijk?"

„Drie millioen komt er uit, in even zooveel jaren."

„Weet U, dat het voor drie en half te koop is?"

„Geloof ik niet."

„Geloof 't maar wel. 't Is er voor te koop bij mij. Ik heb 't in handen. En als U toeslaat, bent U kooper."

„Zoo.... dan moet ik eens weten.... hoe scheidt dan Pieter Bon? Zeventien ton schuld staat er op. Wordt dat alles compleet betaald?"

„Er is een accoord van 66.6 %. Als de hypotheek dan tevens ingelost wordt, is alles vereffend."

„En Pieter Bon?"

„Komt ongeveer aan een schappelijke lijfrente toe."

„Daarvoor moet dan toch een ton bevroren worden. Ik versta dat niet."

„Wat verstaat U niet?"

„Dat bedrijf staat niet slecht. Als er bij die overnamesom nog 66,6 % kan worden uitgekeerd, dan hoeft die boel daar niet te barsten."

„De liquiditeit is rot."

„Dat begrijp ik natuurlijk. Je kunt nu eenmaal geen werkvolk betalen met loodsen of met profielijzer. Maar de intrensieke waarde is er toch. Bon moet eenvoudig leenen."

„Bankgeld is duur vandaag."

„Ik doe het toch ook. We doen het toch allemaal, als

Sluiten