Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we tusschen de termijnen vallen. En U weet toch, die kleine vrachtbootjes van ons, worden maar per oplevering betaald. Wat dat betreft hebben de groote werven 't gemakkelijker. Die krijgen kieltermijn, spantengeld.... noem maar op. Het bankgeld mag dan duur zijn, er is nog altijd mee te verdienen. Daarom; er moet wat anders achter zitten. Welke bank wil Pieter Bon kapot maken?"

„Ja, U stelt het zuiver. Ik zeg het ook.... het hoefde daar niet. Maar hij is er zelf zóó murw onder, hij doet haast niets meer, om het tegen te houden. Maar hij is dan ook wèl uit een hoogen boom gevallen. En dan schat ik ook, dat de banken liever een nieuwe directie zien. 't Is geen aanbeveling wat je noemt, als je scheepsbouwbedrijf scheef gaat, juist in de beste jaren."

„Waarom hebben ze 't U in handen gegeven? Om die vordering van vier ton?"

„Dat is op de crediteurenvergadering gebeurd, met goedkeuren van Bon zelf. Wij houden de grootste vordering in eene hand."

„Jullie bekomen dus ruim twee en half ton. En verder zeker een positie bij de overdracht."

Hij glimlacht. „Vertel U me eens; wat blijft voor U verborgen ?"

„'t Is geen hekserij. Men verkoopt geen scheepswerf annex dokbedrijf voor zijn gezondheid. Bovendien; het komt U toe, als U bij mij slaagt."

„En.... zal ik slagen?"

„Nee vader, dat zult U niet. Pieter Bon is opgehangen aan de gouden tralies van zijn bank. Cato wil daar niet naast bungelen, 't Caat me hier goed; laten de bankheeren maar een ander zoeken, die zot genoeg is, om in een val te stappen, waar alreeds een muis in zit."

„En moet dat mooie bedrijf dan uit elkaar spatten?"

„Mijn zorg is dat niet. In beide gevallen staat Pieter Bon omtrent op de keien. En U vordert toch zeker niet, dat ik ga zitten grienen om 't droeve lot van jullie crediteuren. Zaken zijn zaken. En zaken brengen risico mee."

Sluiten