Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„U bent hier anders aardig aan 't handelen," zegt ze ironisch, alsof de arme kerel zich al niet lang had bloot gegeven. Ze willen, dat zij in die lekke schuit stapt. Maar goed, ze wil wel. Ook een lekke schuit is boven water te houden, als er maar middelen zijn om te pompen en later het gat te dichten.

„Er moet toch wat gebeuren!"

„Wat mij betreft.... best. Ik heb er geen papieren in."

„Maar hier ligt uw kans."

„Om aan den bedelstaf te geraken. Hoor eens toe. Heel de rataplan is voor drie en een half millioen te koop. Niemand denkt toch, dat ik dat geld op tafel kan leggen. Ik moet dus onder de banken door. Op wiens hoofd komen dan de zorgen neer? Maar die looze crediteuren komen netjes aan hun trek en dat, terwijl de schuld bij hen ligt.... ze hadden Pieter Bon zoo lang geen crediet mogen blijven geven."

„Voor tweederde dan toch maar."

„Dat weet ik. Aan hun zelf kosten dus omtrent. Terwijl ze zich de moeite niet gegeven hebben, dat bedrijf daar goed in de kieren te houden, voor ze de goederen afzonden. Ik vind, wie zijn gat brandt, moet op de blaren zitten. En ik dank ervoor, de schade van anderen over te nemen tot zoo een zwaren last. Willen de heeren geen consortium, met een leider? Dan blijft hun geld er in, maar 't wordt productief."

„Zou ik ze kunnen zeggen, dat U het ambieert?"

„Als zetbazin van ijzerhandelaren. Nooit!"

„Maar wat dan wel?"

„Kijk, ingenieur, ik zie het zoo. De werf is goud waard, dat stem ik toe. En als 't geval gesloopt wordt, is dat afbraak van goud, goud dat in koper verandert. Dat is jullie belang niet. Drie en een half millioen op tafel leggen, daar pas ik voor. En ik niet alleen, schat ik zoo. Beter is, dat jullie vorderingen bevroren worden tegen aandeelen of obligatie's. Hij, die dan de werf overneemt, en geld op tafel brengt — maar natuurlijk geen drie en een half mil-

Sluiten