Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lioen — maakt er een N.V. van, of een commanditaire vennootschap. Maar zoo iemand zou dan toch zeker drie vijfde der aandeelen moeten bekomen daarvoor."

„A zoo, dus 60 %. Dat is dan tevens de beslissingsmacht."

„Ja natuurlijk. Wie zou er lust in hebben, dat logge beest gezond te maken, met de kans daarna beleefd bedankt te worden en als directeur op de keien gezet."

„Maar wie garandeert den scliuldeischers dan, dat die werf, dus hun geld goed wordt beheerd?"

„Een van beide partijen zal een risico moeten dragen. Ligt het niet voor de hand, dat dit risico komt op hen, die nu in de kwaaie kans verkeeren niets of weinig uit den boedel te redden? Wat willen ze eigenlijk? Van een stinkende vordering een degelijk bezit maken ten laste van anderen? Maar dan ben ik niet thuis."

„Hoeveel zoudt U kunnen neerleggen?"

„Wat een vraag. Ik ken de werf van Bon alleen van langsvaren. Is die vraag ernstig? Dan moet ik er eerst heen. Is 't maar een vraag in den wilde weg, waar bemoei ik me dan mee. En dan; ik zal toch eerst overleggen moeten."

Toen spraken ze een samenkomst af, met den trustee en de grootste crediteuren. En weken lang werd er geconfereerd. Eerst met die mannen en toen met Bon zelf, die het lijdzaam aanzag. Later ook met haar Notaris en een groep geldgevers. Die vergaderingen waren meest in haar huis, want het zinde haar niet, vaak ver van de werf te zijn. En juist daarom was er bij haar groote aarzeling. Gestel, ze deed dezen sprong, waar lag dan in 't vervolg haar arbeidsveld? Hier, op Het Boegbeeld, of ginder op de Krimpensche werf? Ze zag het aankomen, dat het machtige bedrijf meer van haar aandacht zou gaan vergen, dan goed was. Want dat nieuwe ging haar nooit in zijn geheel toebeliooren. Maar wèl Het Boegbeeld. Dat is haar werf ten totale en hebben daar bankmannen en leverancier geen vierduit te commandeeren.

Sluiten