Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze duizelde nu toch. Een schuld van acht ton en een bezwaarde werf tevens. Marius.... denk eens aan, de secure Marius moest dat weten. Hij spuugde z'n gal uit. Hij zou weer aan 't lamenteeren slaan, gelijk hij 't gedaan heeft, toen ze haar werf op den Ruigenhil stichtte. Maar toén heeft hij ook ten onrechte gejammerd en dat geeft haar moed. Er zit fortuin in haar besluiten, dat heeft ze toch ervaren. En 't is een machtige schuld die ze aangaat, maar daarvoor krijgt ze toch het halve bezit van een werf in handen, die ze op drie millioen aan waarde heeft geschat. Veiliger kan het toch niet. Laat het dan misloopen, laat het scheef gaan, dan durft ze nog de liquidatie aan. Hoè ze het bekijkt, het komt haar veilig voor. En hoevele zulke kansen doen zich in een menschenleven voor?

Ze praat er nu niet meer over met anderen, zelfs met haar Notaris amper. Tenslotte is zij het, die besluiten moet en 't gewicht der beslissing moet dragen. Uren lang zit ze in haar kamer te denken en te rekenen. Ze is nu nooit meer moe, maar wel beeft ze altijd, vooral in de avonden. Dat is lastig, bij het lianteeren van 't potlood, maar er is geen tijd nu, om op die kleine dingen te Ietten. Anne Christine werd te groot voor de wieg en slaapt reeds in een bedje. Ze begint al wat te stamelen. Er is ook geen tijd, daarop te letten. Haar hersens werken zwaar, ze kauwt en herkauwt iedere gedachte, totdat langzaam doch gewis voor haar de zekerheid oprijst, dat ze het doen moet.

Op eenmaal, diep in den nacht, ze heeft weer een schoolschrift volgekrabbeld met becijferingen, smijt ze het potlood woest over de tafel, 't Glas brandewijn, dat ze uren geleden heeft ingeschonken en waarvan ze alleen maar wat genipt heeft, valt om. En ze ziet dat niet. Maar ze staat recht, rekt haar leden die stijfgeworden zijn, haalt diep adem en bekent zichzelve, dat ze morgen teekenen zal. Ze durft het, ze doet het.

Sluiten