Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze luisterde als naar een vrijsprekend vonnis en toen de partijen werden uitgenoodigd, hun naam te plaatsen, deed ze dat fier, hoewel ze gewone gebaren veinsde. Thans was ze verbonden. Maar mijnheer Bon teekende bevend, zijn levensarbeid werd ontbonden. En de aanwezigen hebben het in hem verstaan, dat hij toen niet langer in hun gezelschap bleef.

Er werden daarna niet veel woorden meer gewisseld. Kooplieden van Rotterdam zijn geen redenaren; ze volstonden met een handdruk en zegewensch. Maar toch was het een plechtig oogenblik en niet alleen voor die vrouw.

Contractanten namen weer plaats. Notaris Hanekroot schonk een glas wijn en toen sprak Cato: „Als de heeren nu nog even geduld hebben, zoo zullen ze vernemen, waarom ik er op stond, dat de contracten nog vandaag Werden geteekend. Het is een laat uur, 't moge ongebruikelijk zijn, maar dat kon niet anders. Ik heb hier om negen uur weer een onderhoud, dan wordt nog een contract onderteekend en ik had U daar graag bij."

Meer zei ze niet en de vragers liet ze vragen. Waarom zou ze nu spreken, hoe kort hoefden ze nog maar te wachten. En inderdaad verschenen even na negenen twee welbekenden uit de Rotterdamsche handelswereld, de directeur en president-commissaris van de Oost Aziatisch Import Maatschappij, de O.A.I.M., houtkoopers en houtbevrachters. Na de begroeting las Notaris Hanekroot op volkomen denzelfden toon het contract voor, dat hij uit een ander dossier nam en waarin werd overeengekomen, dat Pieter Bon's Scheepsbouwmaatschappij en Dokbedrijf te Krimpen a/d Lek, op haar rechtverkrijgende, in een periode van drie en een half jaar aan de O.A.I.M. zou opleveren een zestal houtschepen voor de vaart op Odessa, varieerend van vier- tot zesduizend ton, doch van overwegend hetzelfde type. Dat zouden de Coppers worden: te weten de Willescop, Teccop, Galecop, Gerverscop, Reyerscop en Hoencop.

Met deze vrachtschepen begon ook voor de O.A.I.M. een

Sluiten