Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geld voorhanden, om dat ooit regelmatig te financieren.

Ze telefoneert er over met een van de bankiers en weer komen de contractanten bijeen.

Direct stelt ze het alternatief: „Er imoet versch geld komen in de werf, na afschrijving op de aandeelen, waardoor er weer overwaarde ontstaat. Maar tevens afschrijving op de leening. We hebben met drie partijen deze zaak aangevangen, 't is dus redelijk dat we op gelijke wijze den strop dragen."

„Op de aandeelen afschrijven is in zekeren zin verkieselijk," aldus valt een der geldgevers haar bij. „Dan is het ook aannemelijker, dat er nieuw geld voor 't bedrijf wordt gevonden; ik noem maar, in den vorm van hypotheek. Maar voor het overige kan ik U niet volgen, mevrouw. U verwart de aangelegenheid van de werf met uw persoonlijke schuld aan ons. Begrijpt U mij?"

„Of ik dat begrijp? Daar lig ik nachten van wakker. M'n eigen werf is al meer dan ten halve verzilverd.... zou ik dat niet begrijpen?"

„Dat maakt het onderhoud dan veel gemakkelijker, mevrouw. Als de aandeelhouders er in bewilligen, dat op de aandeelen een forsch gedeelte, zeg zeventig procent wordt afgeschreven, is de werf rendabel te maken."

„En de vordering der bankiers?"

„Die staat niet op de werf maar op uw naam, mevrouw. Dat zei ik toch al. Uw aandeelen zijn onderpand, alsmede uw eigen werf."

„Maar als we allen bloeden moeten, doen de heeren dan niet mee?"

„Wij zijn geen aandeelhouders, slechts geldschieters."

„Maar kan er dan niet een navenant percentage van mijn leening bevroren worden, tot latere afwikkeling?"

„Zooiets hebt U eerder voorgesteld en toen hebben we 't al moeten afwijzen, mevrouw. En toen hebben we 't een klein jaar aangezien, maar de financieele positie is er niet beter op geworden. Eerder integendeel; huidige taxatie van het bedrijf zoo het daar reilt en zeilt zou een veel lager

Sluiten