Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En had me dat dan ook geen vijf en dertig mille aan rente gescheeld?"

„Dat argument geldt eenigszins. U hebt echter voor deze rente drie kwartalen lang de beschikking gehad over de hoofdsom, om er mee te werken. Maar U bent niet geslaagd. Toch willen we straks, bij de liquidatie, met dit argument eenigszins rekening houden."

„A zoo.... ik krijg een fooi in m'n hand."

„Nogmaals, mevrouw.... blijft U zakelijk. We zijn met U in zee gegaan, omdat we het succes gezien hebben, dat U met die kleine werf in Hendrik Ido Ambacht hebt gehad. Maar 't bedrijf van Bon is voor U, voor een vrouw, te onoverzichtelijk gebleken. Dat is onze fout. Maar deze, eenmaal erkennende, moét hersteld worden."

„Wat doet U met de werf?"

„Niets. Wij hebben geen aandeelen. We hebben U thans het geld opgezegd en we verwachten, eerlijk gezegd niet, dat U op den generalen vervaldag zult honoreeren. Dan treden we in uw rechten en kunnen naar goeddunken met uw aandeelen handelen. En die worden excecutoir verkocht. U bent ook gegadigde, zelfs in eerste instantie; zoekt U maar geldgevers."

„Wat vraagt U?"

„Mevrouw, zóó gaat dat niet. Wij gaan over dat bezit van anderen niet beschikken, dat doet de rechter voor ons. Als wij verkoop vorderen, wil dat niet zeggen, dat we zelf een koopsom bepalen. U zoudt dat kunnen zeggen, vanwege uw 51 % aandeelen, ware het niet dat art. 32 U de bevoegdheid tot vervreemding niet had ontnomen ten onzen faveure, dus zoolang U de leening nog niet in haar geheel hebt afgelost."

„Ik kan toch surseance vragen."

„Persoonlijk, of voor de werf? Vergeet niet, dat als wij artikel 18 door den rechter in vollen omvang in werking laten stellen, U van het oogenblik der uitspraak af ophoudt het beschikkingsrecht op grond van de aandeelen te hebben. U bent dan particuliere en wij, in uw plaats

Sluiten