Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tredend, verzetten ons tegen een surceance-aanvrage. Persoonlijke surseance is heelemaal niet in uw belang, want onze vordering op uw eenig bezit Het Boegbeeld is als hypotheekgeld preferent. We kunnen U uitwinnen."

„En wie beheert dan de werf, als ik weggejaagd word?"

„Als er regelmatig vonnis is, nadat wij U in gebreke hebben gesteld, dan wij, zoolang we de aandeelen onder ons hebben. Daarna is de kooper baas in eigen huis."

„En die kooper.... dat is jullie kongsi; natuurlijk."

„Dat weet niemand, mevrouw. De hoogste bieder is kooper. Maar U kunt al die moeilijkheden voorkomen, als IJ andere geldgevers zoekt. Er is toch nog kapitaal."

„Ik ken nu 't kapitaal, dat zoo gemakkelijk te leenen is. Ik dank U, heeren! Laten we er over ophouden. Wanneer kan deze bom precies barsten? Laat eens zien.... het geld moet er zijn, drie maanden na het volle kwartaal, want het zesde kwartaal is al ruim ingegaan; dus 21 December a.s. Ik ga geen nieuw geld zoeken, bereidt U er zich maar op voor, dat uw opzet slaagt. U zult me volledig uitplunderen! En kom me nu maar niet aan boord met verzoeken om zakelijkheid.... als deze methode zakelijk is, dan stinkt zaken doen. Dat zeg ik U! Want U kent mijn dwangpositie. U zegt het geld op, ik kan natuurlijk geen gereede kooper voor de aandeelen vinden bij den huidigen stand van Bon's werf.... maar nu gaat U ze verzilveren. Schade zult U niet lijden, want ik bezit Het Boegbeeld nog. Ik had U nooit de aandeelen in onderpand moeten geven en zelf 't volle beschikkingsrecht over 't wel en wee van dat bedrijf in handen moeten houden."

„Dacht U, dat we twaalf ton in 't luchtruim zouden hebben geworpen? Maar wat baat dit napraten. Zegt U eens concreet, wat gaat U verder doen, tot 21 December?"

„Ik treed af. De heeren kunnen over mijn stoel beschikken."

„U vergist zich weer; U bedoelt, gelijk steeds, de aandeelhouders. En die moeten zelf maar zorgen voor goed beheer. Doen ze 't niet — U bent nog steeds de meerder-

Sluiten