Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloedbad der volkeren, staat ze alleen en zonder vermogen in die wervelingen. Slechts een dochtertje heeft zij, dat is haar overgebleven. Tot gezelschap, maar tot last — aldus zou zij zelve geoordeeld hebben, ware zij nog Cato Lafeber uit Stolwijkersluis en dan waarnam, hoe ergens een vrouw met een kind, zich zonder geld door de wereld trachtte te slaan. Nu 't haarzelve betrof zag zij dat zoo koel niet. De eigen tribulatiën zijn te duister en te verward, om ze koel bekijkend saam te vatten in één misprijzend woord.

Maar ze morde niet. Er zat om haar mond een harde dorre trek, doch niet van vandaag of gisteren. Was het teleurstelling of 't gevolg van haar mannenleven door al die jaren? Ze is een stille vrouw zonder vriendschap met anderen. Is ze dat, wijl ze nu arm is? Weineen, dat was ze toch al op de Kroonprinces, zoo is ze ook later gebleven. En dat spaart mij, dat ik vrienden zou moeten gaan verachten — placht ze tot zichzelf te zeggen —. Want zeker is zeker, de arme heeft geen vrienden meer.

Aldus nam zij de ongunst aan, in bittere geslotenheid, gelijk zij 't fortuin had aanvaard in eenzelvigheid. En daar was maar één gedachte, die haar diep kon knauwen: Marius, dat dom menscli uit Stolwijkersluis, kon nu zeggen, dat hij had gelijkgekregen. Ze heeft haar vadersdeel verpatst.... hij heeft het haar waarschuwend voorspeld. Maar toen ze nog haar fortuin zag groeien op Het Boegbeeld, heeft ze vaak verlangd weer met hem tezamen te zijn. Nu niet meer. Want hoe zou ze kunnen weerkeeren? Als een bedelende om gunst, als een neergeslagen hoogmoedige. Hij zal niet willen erkennen, dat ze eerst op den goeden weg was en pas later op 't verkeerde paard heeft gewed.... Marius zal slechts bot het eindresultaat zien: haar vadersdeel is onder de menschen verstrooid. Gelijk hij ook gezegd heeft, dat geschieden zou.

Ze kan nu, denkende aan dat boeren-scheepslappertje, hem haten om zijn zekerheid. De gewisheid van een menscli zonder verbeelding, die zijn geld nooit verspelen zal, omdat hij nooit machtig worden wil. Die den tredmolen treedt

Sluiten