Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als toch dat bruinharig wezentje haar niet bond aan het leven, aan 't doorvechten om er weer bovenop te geraken.... zou ze dan nooit eens op die kraan klimmen in den nacht? En dan voor het laatst naar beneden zien?

Neen; ook dan niet. En nóóit! Ze wil zich uit de diepte omhoog werken, ze wil niet eindigen op de onderste sport. Marius zal haar niet beklagen, maar die geldhonden zullen eich haar herinneren.... ééns zal ze terugkomen en opnieuw toonen wie Cato Lafeber is. En daarom, werken. Ze weet het zeker, dat ze slagen zal. Van hetgeen ze thans overdag weet te verdienen, zou ze al kunnen bestaan, zoo sober als ze het aanlegt. Toch houdt ze het kantoor aan; dat geld legt ze weg. Er groeit weer bezit, al groeit het met centimes. En dat begin zal 't begin vormen voor haar kapitaal voor later. Want schepen zal ze nog bouwen. Zeker zal ze schepen bouwen. En al is zij het niet, dan Anne Christine, die ze bijbrengen zal, haar drift om terug te komen, machtiger dan ze ooit was.

Dat wordt haar een dwanggedachte, die met haar meegaat bij dag en in den nacht. Waar ze loopt is die gedachte naast haar, schuift met haar voort, gelijk de maan met ons meeschuift door den nachthemel. In haar kraam zit die gedachte vlak boven haar hoofd, doet haar alles verdragen, stank en rumoer. In de steenen gangen van het kantoorpand loert die gedachte bij iederen hoek die ze omslaat. Als ze de lokalen boent of wrijft, hangt die gedachte om haar moeden hals. In de directie-kamer ziet ze die gedachte, nu gestalte. Ze weet geen naam voor wat ze ziet, zou geen vormen ervan herkennen kunnen, maar ze niet. Ze ziet lippen opeengeperst, dwingende oogen, niet van een man, niet van een vrouw. Ze ziet een hand van harden wil gebald, ze ziet een zekere toekomst.

Soms gaat ze zitten in den directiestoel, die naar achteren wiebelt. Zooiets heeft zij zelf nooit gehad op haar kantoor. Dan grijpt zij — alsof 't een gewoontegebaar weer is — een boek, nog een boek. Alvorens ze zich verder verdiept in haar droom over het komende, schrikt ze op. Ze zit

Sluiten