Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XIV

HET HART VAN DE KROONPRINCES

Dien volgenden winter werd Henkie Blauwers ziek, hoestte bloed en probeerde dit verborgen te houden voor een ieder in het logement. Cato heeft het pas vernomen, tien dagen voor zijn einde. Toen was ook zijn luttel spaargeld opgeteerd, want sedert het begin van den winter was 't ondoenlijk geweest, met kranten te venten. Ze ging naar den Nederlandschen Consul met zijn papieren, of er iets voor hem gedaan kon worden. De Consul beloofde een onderzoek, maar 't uitgeteerde mannetje heeft daar niet meer van genoten.

Cato heeft een dokter laten komen: ā€˛Versleten werk!" zei deze, declareerde zijn honorarium en vertrok uit het pakhuis der armen. Den dokter heeft zij betaald, gelijk ze ook de begrafenis heeft betaald; Henkie ligt begraven tusschen zijn twee vaderlanden en door beide vergeten bij zijn verscheiden. Maar niet vergeten door Anne Christine, die toen inderdaad niet meer gratis in de tram mocht worden vervoerd. Ook niet vergeten door Cato, die moedig opnieuw begon te sparen en te hopen. Want haar vermogen van centimes was ingeteerd door dit geringe tusschenspel, eindigend op een doodenakker. Haar drijven, om terug te komen op een werf die floreert, begon overnieuw met niets.

Cato heeft thans een doode gezien, een uitgeleefd mager mannetje weliswaar, doch een doode. Zij heeft hem een schoon hemd aangetrokken over de knokkelige vleesch-

Sluiten