Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kon haar eigen potje leeren koken, de winkelklanten bedienen, van alles bijeen.

Daarbij kon ze dan nog wel geld overleggen.... ze bezat nu toch ook weer honderd franken. Maar misschien heeft ze meer inzicht gehad in 't beheer van een scheepswerf dan van een winkel, want de som die ze daartoe noodig had — belachelijk wat weinig in verhouding tot weleer, toen ze de Krimpensche Werf kocht — zelfs dat weinigje geld kon ze niet bijeen stuiveren.

Telkens dacht ze, dat ze slagen zou. Dan vond ze ergens weer een nieuw artikel, dat nog onbekend was in de winkels en deed enkele dagen goede zaken. Maar de concurrentie zat niet stil. En 't viel haar nu toch zélf op, dat tegenstand haar wil thans verlamde, terwijl ze er vroeger door werd aangevuurd tot machtiger willen en dus tot winnen.

Bij iedere tegenstand werden haar gedachten troebel. Deed een volksvrouwtje op de markt voor zes lepels en vorken een bod, liggende beneden haar inkoop, dan werd ze niet (gelijk dat toch behoort op de markt) razend kwaad, maar dan dwaalden haar oogen af, zag ze de kraan op de werf van Het Boegbeeld, haar vergadering met de geldschieters, Henkie Blauwers op zijn doodsbed.... Anne Christine onder de logge raderen van een platte natiewagen, vormloos, bloedend. Klanten, die geen of onbegrepen bescheid bekomen op een bod, vertrekken naar een ander. En ze liet ze in doffen vrede gaan.

Hoe is het mogelijk Cato — zegt ze tegen haar spiegelbeeld, dat ze in een prullig toiletgarnituurtje van haar handeltje staren ziet in angst zonder reden — hoe is dat mogelijk Cato, dat je zoo bang bent, nu ook het meisje met den mooien scheepsnaam te verliezen. Je hebt verstijfd van schrik op dat diner gezeten, toen je van dat eigenste kind het eerste klopje onder je hart voelde. Je hebt haar vervloekt, aleer ze den dag had gezien, haar niet willen zoogen, haar vergeten in de wieg, niet zien opwassen toen je met tonnen gouds jongleerde. En nu zit je in je kraampje

18

Sluiten