Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

al gezien? Precies de Kroonprinces en precies je eigen zuster Cato. Ach, ach, Marius, wat draait de wereld de dingen toch om. Nu sta jij hier op mijn werf en vraagt m'n dochter te zien. Waarom heb jij toch zelf geen dochter, oud Henkie die je bent, kom hier Henkie, dan krijg je nog eenmaal een kus op je stoppels, ach Marius, ach jongen, ach Henkie....

Ze opent haar oogen en weet weer niets. Haar arm wil ze heffen, haar arm valt neer! Ze ligt in een witte ruimte; niets herkent ze. Niets. Hebben de jaren stilgestaan? Komt zoo dadelijk de zuster met het snorretje en die zuster met het verhaal over dat gedwongen zoogen, de lange dokteres met dat gestotterd bericht over Leendert, over de kraan?

Beter is het maar, dat de jaren vlieden en niet stil staan en lieelemaal niet weerkeeren. Beter is het maar, dat zij nu niet ontwaakt, nimmer meer ontwaakt, wegglijdt in dit witte niets. Waartoe zou zij weer kracht krijgen, kracht en macht, kracht en weten? Zij wil niet weten, sluimert in.

Nog heeft zij stemmen gehoord, iemand die een kindje geleidde tot haar bed. Het kind riep: Moeder! Het klonk als een aanklacht, of misschien was 't maar gedroomd, dat een kind: Moeder! riep. Welk kind zou moeder roepen tot haar, een uitgedorde oude vrouw. Weer hoort ze die lieve stem: ze hoort de stem van het houten boegbeeld, ze herkent nu toch terdege die stem van 't gekroonde meisje, dat op de kraan van haar werf staat; heel hoog. heel onaantastbaar hoog. Werkvolk kan het meisje niet schenden, haar kroon niet bekladden. Maar hoe heet toch dat gekroonde meisje? Waarom weet ze dat niet, ze roept toch: moeder. Zal een moeder niet weten hoe haar houten princesje heet? Alle princesjes hebben toch een naam.... heet ze niet Anne, heet ze niet Anne Christine Mervill?

Nu heeft ze toch genoeg gepeinsd, zwaar nagedacht en ze wil rusten. Ze springt manhaftig in 't ledikant op scheepswerf Het Boegbeeld en slaapt vredig in, want ze is moe.

Sluiten