Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zonder dat uit het woord zelf direct is af te leiden, waarin die „conste” precies bestaat.

De kwestie werd in 1936 opnieuw breedvoerig besproken door Frank G. van der Riet 1). Hij verwerpt de verklaring „kunstig”, maar betoogt verder, dat de abele spelen toch een bijzonder karakter vertonen en tot een speciaal genre behoren, nl. tot de „moraliteit”, en wel tot wat een Frans auteur genoemd heeft de „moralité exemplaire” in tegenstelling tot de „moralité allégorique”. Met andere woorden, de „abele spelen” zouden een soort moraliserend toneel-exempel zijn en bij de betekenis schoon zou de nuance ,,stichtend” horen.

Deze nieuwe interpretatie, hoe vernuftig ook, is bezwaarlijk te aanvaarden. Vooreerst, omdat abel nooit het beeld van „stichtelijkheid” heeft opgeroepen en ten tweede (ik beperk mij tot deze twee argumenten), omdat onze spelen helemaal niet in de geest van een middeleeuws exempel zijn geschreven, al wordt er ook een les uit getrokken. R. V.]

Ontlening der stof. Er bestaat geen enkele vertelling, waarvan de Esmoreit met enig recht de gedramatiseerde inkleding zou mogen genoemd worden. Wel echter worden de voornaamste motieven in verschillende epische stukken uit de toenmalige Franse dichtkunst teruggevonden. De bedoelde motieven zijn: 1°. dat van de onschuldig veroordeelde koningin, door een verrader vuig belasterd, geduldig en vol vertrouwen op Gods rechtvaardigheid haar lijden ondergaande; 2°. dat van den koningszoon als vondeling, later het geheim zijner geboorte ontdekkend; 3°. dat van de ontluikende liefde tussen een Westers en een Oosters koningskind, die met elkander als broeder en zuster zijn opgevoed.

Om de verbreiding dezer motieven in de wereldletterkunde in het licht te stellen, herinneren we slechts voor het eerste motief aan Genoveva van Brabant en den verrader Golo, voor het tweede aan Dafnis en Chloë, aan den Moriaan, aan de roman van Malegijs, voor het derde aan Floris en Blanchefloer.

Wat nu de Esmoreit aangaat, zijn er zeer zeker in de middel-

x) Le The&tre 'profane sérieux en langue flamande au Moyen Age. La Haye, N. Nijhoff, 1936. Zie inz. blzz. 14—16 en Chapitre VII, blzz. 67—105. Verg. mijn artikel Wat zijn de abele spelen? in De Tooneélschool (Gent, April-Mei 1938).

Sluiten