Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KORTE INHOUD.

Ie gedeelte: Uit het huwelijk van den reeds grijzen honing van Gecilïén met een prinses van Hongeriën is een zoon geboren: Esmoreit. Deze gebeurtenis is een grote teleurstelling voor Robbrecht, ’s konings wee/, die er reeds vast op rekende, dat het koninkrijk aan hem zou overgaan. Zijn besluit is snel genomen: hij zal het kind doden. Intussen heeft de honing van Damast van zijn sterrenwichelaar Platus vernomen, dat in Gecilïén een knaap geboren is, dwaen 'koning^clóden "èn^rnét zijn dochter Damiét trouwen zal. Platus gaat op reis om dat kind te ontvoeren. Hij koopt het van den verrader Robbrecht, die er zich juist meester van heep gemaakt, en keert met zijn buit naar Damast terug. Damiét, het dochtertje van den honing, wordt met de zorg voor den knaap belast. Het gelukt Robbrecht, de jonge koningin bij haar ijverzuchtigen gemaal zo verdacht te maken, dat de honing geloop, dat zij zelve Esmoreit gedood heep en haar echtgenoot vergipigen wil. Hij laat de koningin in de gevangenis werpen. g

IIe gedeelte: Esmoreit, tot een schoon jongeling jopgegroeid, ontdekt door een toeval, dat hij niet de broeder van Damiét, doch een vondeling is. Hij zegt Damiét, die hem haar liefde bekent, vaarwel, om zijn ware afkomst op te sporen. Hij komt in Gecilïén bij de plaats, waar zijn moeder nog altijd in gevangenschap zucht. Ze herkent hem aan de hoofddoek, die Damiét hem heep medegegeven. De honing erkent daarna openlijk Esmoreit als zoon en berouwvol verlost hij zijn gemalin uit de gevangenis. Kort daarna is ook Damiét, door ongeduldig verlangen gedreven, in gezelschap van Platus in Gecilïén aangekomen, beiden als pelgrims vermomd. De herkenning volgt. De honing stemt toe in een huwelijk van Esmoreit met Damiét en zal afstand doen van de kroon. Robbrecht, door Platus ontmaskerd, wordt opgehangen.

Sluiten