Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meester.

Vrient, es hi van dier paertien, paertien = geslacht.

195 Soe es die jonghelinc mijn gerief; gerief = gading.

Io salne copen, eest n lief. eest — is het.

Hu spreet op, hoe gheefdine mif boe srheefdine = voor

hoeveel geeft ge hem.

Robbrecht.

Vrient, dies moghdi wesen vri ve- 198: daar kunt ge

af zijn voor ....

Om .M. lb. van goude ehetelt. lb.-libra, pond:reken-

° ® munt van zeer ult-

Meenlopende waarde.

eester.

200 Houdt, vrient, daer es geit. houdt = ziedaar (Vgi.

07 Fra. tenez).

Ende gheeft mi den jonghelinc.

Maer berecht mi ene dino: berecht - deel mede.

Hoe es sijn name? doet mi becant. doet mi beeant=maak

het mij bekend, zeg

Robbrecht. het mö-

Esmoreyt het die jonghe wigant, bet - heet.

205 Alsoe es die name sijn.

Meester.

Soe sal hi ewelijo payijn

Bliven, dies moghdi wesen vroet, vs. 207 .■ wees daarvan

v 7 verzekerd.

Mamet, die mi bewaren moet, Mamet = Mahomed.

. _ ' moet = moge.

■tonele 10 vare ween met minen gast.

Robbrecht.

210 En trouwen, nu es mijn herte ontlast E“ trouwen = in

° trouwe, waarlijk.

Van dies ic stont in groter sorghen, ^wüi^Mk to

Want ewelijc blijft hi verborghen angst was’

In heydenesse, dies bcnic wiis, dlea benio wijs = dat

Want die stede van Ralderijs

214 na van staat blau (of blanf) zwart doorgehaald en geéxpungeerd.

Sluiten