Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De jonge joncfrouwe Damiet.

O JrSmoreit, laet U mesbaren! mesbaren»weeklagen.

535 Dies biddic n, edel wigant.

'Al waest dat u mijn vader vant, wae8t = wae het-

Dan wert u nemmermeer verweten. Dan " dat en-

, . , met vrouden onghe-

Met groten vrouden onghemeten meten =» in onme-

' , . telijk geluk.

Selen wi leven, ie ende ghi.

De jonghelinc.

540 O edel wijf, dies moet ie mi

Ewelijc van n beloven. dankbaar zijn.

.... , hoven — hofhonden,

Maer nemmermee en willic noven (in vreugde) leven;

, . 1 Vgl. VS. 538—9.

Met eneghe wive, die nu leeft Ofte die de werelt binnen heeft,

645 Ic en sal tierst, bi Tervogan, rs. 545: of ik zal eerst.

Den vader binnen, die mi wan,

Ende oec die moeder, die mi droech.

O roede mont, ic hebbe ghenoech

Hier ghelet, ic wille gaen varen. “reizen^den

De jonge joncfrouwe Damiet.

550 O wi! nn machic wel mesbaren:

Ic blive ailene in dit verdriet.

Te vele spreken en doech emmer niet, doeoh - den«t-

Dat soe hebbic onder vonden;

Vele spreken heeft in meneghen stonden

beraden toren = ver-

555 Die wile beraden toren; driet berokkend.

die menigen — menig-

Bi vele spreken es die menegen verloren. een.

550 machic: men kan ook lezen mach ic

553 hebbic: men kan ook lezen hebb io onder vonden; hs. onder vonden met vermoedelijke verbetering van de o in vonden uit i.

Sluiten