Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en met de soorten van gerechten; beangst ondervroeg ik de regel en de Vaders, ik wilde weten of er mij iedere dag vers brood zou worden opgediend, of de monniken soms niet verplicht waren hun eten met lampen-olie te bereiden, of ik mij niet met groenten alleen zou moeten tevreden stellen, of ik ruwe arbeid zou moeten aanpakken, spitten, hout en water voor de communauteit dragen." De bij moeder verwende jongeling zou het daar niet gemakkelijk hebben! En toch ziet de jonge aristocraat er niet tegen op dit harde, en voor zijn zwak gestel al te strenge leven, te beginnen. Daar groeit en bloeit zijn deugd in zelfverzaking en Godverzonkenheid. Hij bidt, hij mediteert, hij leert de Bijbel uit het hoofd. Zo verlopen spoedig vier gelukkige jaren, die hem steeds in het geheugen bleven als de herinnering aan een schone droom. Schone jaren inderdaad, deze jaren van diep-inwendig leven, waar God zijn hart aan zich-zelven onthechtte en hem op de grootse taak van zielenveroveraar en zeden-hervormer voorbereidde, waarvoor hij ontegenzeggelijk meer aanleg en meer lust had, dan hij zich nu vooralsnog bewust was.

Hij dacht er niet aan in de wereld terug te keren. Integendeel, hij wilde in nog grotere eenzaamheid wonen en achtte het voor zijn ideaal van christelijke volmaaktheid nodig, de wildernis in te trekken. Zo verlaat hij het kloosterlijk leven voor het verblijf der kluizenaars.

De kluis werd zijn eigendom, de eenzaamheid zijn sterkte. Hij verpuurde en vergeestelijkte er

Sluiten