Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. DE REDENAAR EN ZIJN PUBLIEK

Antiochië was in de IVe eeuw, na Constantinopel en Alexandrië de aanzienlijkste stad uit het Oosten. Zij was de Christenen vooral dierbaar daar zij als de tweede wieg van het Christendom beschouwd werd; binnen haar muren hadden de leerlingen van den Verlosser voor het eerst de naam „Christen" gedragen. Antiochië bezat vele schone kerken en o.m. de tweede patriarchale kerk van het Oosten, de door keizer Constantijn gebouwde Grote Kerk. In deze basiliek was het dat de machtige stem van Chrysostomus zo dikwijls zou weerklinken.

Deze prachtlievende en schitterende stad zag er anders uit dan de geleerden en rhetoren ze voorstelden. De onreine desem van de heidense corruptie gistte nog diep in de harten. Ongetwijfeld was de maatschappij aan het veranderen; maar dit werk van godsdienstige en zedelijke herwording vorderde uiterst langzaam. Met Constantijn had het Christendom gezegevierd, maar de twisten tussen Arianen en Katholieken hadden de zegetocht der Kerk gestuit. Nog waren de kerkelijke toestanden te Antiochië zeer verward. Niet alleen met de ketters, maar ook onder de katholieken leefde men op gespannen voet. De eindeloze conflicten waartoe dit alles aanleiding gaf, waren een bron van verwarring en ontstichting voor de in hoofdzaak christelijke bevolking. Het concilie van Constantinopel (381) bleek niet in staat de zo begeerde concentratie onder

Sluiten