Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daadkrachtig in alles, vooral in de liefde, wil Chrysostomus die ganse scharen mannen en vrouwen tot dragers maken van goddelijke liefde; wil hij ze met haar weldadige gloed verwarmen, bestralen, overschijnen om ze nauwer te verenigen met het genadeleven in Christus. Zijn genegenheid dan, deze van een Apostel die met het zielenheil begaan is, komt als een goddelijke waanzin en geestdrift de toehoorders overrompelen. Hij stort zijn hart uit voor het volk, hij ontboezemt zijn ziels-intimiteiten, onderhoudt het over zijn doen en laten, over zijn streven en begeren, over zijn dromen en idealen. Wordt de oprechtheid van zijn ijver beantwoord, dan voelt hij zich als de landman gelukkig: wanneer hij ziet dat zijn akker en het zaad dat hij er gestrooid heeft, veelvuldige vrucht voortbrengt. Doch komen de gelovigen in kleiner getal dan gewoonlijk samen, hij zal ze streng terecht wijzen en berispen. Van hun trouwe aanhankelijkheid is hij zeker. Als jonge zwaluwen in het nest zo blijven ze aan zijn lippen hangen. Wat blijven zij echter onwetend! ,, Dat men u vrage een psalm op te zeggen , gij kunt geen woord uitbrengen; maar gaat het er om een slecht liedje te zingen, velen kennen het van buiten en willen het aanstonds zingen." Daar velen van lange redevoeringen wars en afkerig zijn, acht hij het nodig de preken soms wat te bekorten om de verveling bij de toehoorders te voorkomen. Hij verwittigt ze dat hij zijn vertoog door geen taal- of redekunstenarijen zal opsmukken, maar zijn woorden zodanig inrichten, dat zij ook door de geringste van stand, als

Sluiten