Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het handgeklap en lofgejuich is verloren gegaan, dan gevoelt hij diepe smart, dan zucht en dan weent hij, en is te moede, alsof hij alles tevergeefs had gesproken. Het is hem duidelijk dat de meeste toehoorders vergeten de betrekking waarin zij tot den leraar staan. Zij zitten daar niet als leerlingen maar als rechters, en komen in de kerk gelijk zij in de schouwburg of de renbaan komen. Wat buitengewone geestkracht wordt er toe vereist die verkeerde gesteldheid der menigte tegen te gaan, en de gemoederen tot edeler gevoelens te stemmen! Daartoe wil de leraar het brengen. De liefde, de eerbied, de bewondering die hij steeds rondom zich gevoelt, moedigen hem aan, strelen hem: zijn welsprekendheid wordt nog innemender. Met de volle natuurlijkheid en vrankheid van zijn wezen opent hij zich, en vraagt hij zijn toehoorders hem terwille hun geweldige gemoedsbewegingen voortaan te onderdrukken. ,,Ik ontneem hun, die den leraar willen toejuichen niets; ik maak integendeel, dat zij des te meer kunnen bewonderen. Het is toch veel beter, stil en aandachtig te horen, en door de herinnering te allen tijde, thuis en op de markt, het gehoorde goed te keuren en te prijzen, dan alles te verliezen en ledig naar huis te keren zonder te weten, waarom men in de handen heeft geklapt..."

Was het enkel het schone woord dat dit alles uitwerkte? Neen! Ook de toon der stem, de opslag der ogen, de gebaren: alles werkte mee om indruk te maken.

(3 chrysostomus)

Sluiten