Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vrouw kan, wevende of de spinrok vasthoudende, de geest hemelwaarts verheffen, en vurige gebeden opzenden tot den Allerhoogste. De man kan, midden op de markt, in zich zelf gekeerd, ernstig en hartelijk bidden. Een ander kan, in zijn werkplaats zittende en leder verwerkende, de ziel verheffen tot den Heer. En zelfs de slaaf, zo hij niet naar de kerk kan gaan, en druk bezig is, of bij de oven staat, kan zijn hart ontlasten in heilige gebeden. God schaamt zich over geen plaats, één ding slechts zoekt Hij: het vroom gemoed, de reine ziel."

De moralist heeft te strijden tegen de passies van het menselijk hart. De vijanden die hij moet neervechten zijn: de driften, de dwalingen, de vooroordelen, de ellenden van geest en hart, alles wat den geestelijken mens bezwaddert, kneust of vermoordt, m.e.w. de drift onder al haar vormen: afgunst, gramschap, kwaadspreken, laster, gulzigheid, ontucht, hardvochtigheid, alsmede vooral in die dagen het heidense bijgeloof. Velen immers, die het heidendom verzaakten, bleven door de oude geest aangestoken; geloofden aan voortekens, toverij, hekserij, sterrenwichelarij en waarzeggerij uit de lijnen der hand; beoefenden toverkunst en magie; droegen allerlei amuletten als voorbehoedmiddel tegen ongelukken. Dat was vooral het geval bij de arme stand en de slaven, maar ook de rijken bevorderden door hun voorbeelden die kinderachtige lichtgelovigheid. Zij hechtten o.m. veel betekenis aan de novilunia, het tijdstip van de nieuwe maan, vooral aan de eerste nieuwe maan

Sluiten