Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze stem echter werd bij dit lichtzinnig en levenslustig volk weinig vernomen. Chrysostomus mocht banbliksems slingeren tegen het onzedig bedrijf in circus en schouwburgen, 't Was meestal tevergeefs. De duivel hoefde slechts te roeren, en al de vruchten zijner preken waren weg, zo klaagde hij! Hij vreesde dat, terwijl Christus gekomen is om uit mensen engelen te maken, zij in plaats van engelen tot zwijnen en tot vurige hengsten zouden worden. Zelfs spreekt hij van een „ossen-, ezels- en kamelenstal", waartoe de gelovigen de kerk hebben gemaakt. Dat zijn gewis geen vriendelijkheden, veeleer zeer grove woorden, maar toen was men zo preuts niet en verdroeg men een sterk-gekruide preek. Als fijn-zinnige moralist gelukt het den redenaar niet alleen helkleurige zede-schilderingen te tekenen, maar ook ingewikkelder zieletoestanden haarfijn te schetsen. Zo toont hij b.v. christenen die meer aandacht aan hun voeten dan aan hun zielen besteden; verwijfde mensen die, in plaats van hun blik hemelwaarts te heffen, hem voortdurend op hun schoenen gevestigd houden, bezorgd dat er toch geen plekken op komen of misschien alleen bezig ze te bewonderen. Als schoenen zo kostbaar zijn, waarom draagt men ze niet aan de hals, ja op het hoofd? „Gij lacht," zo besluit hij, „en ik moet er bijkans om wenen; want deze dwaasheid verdriet mij, deze gehechtheid aan prullen doet me zuchten." Sprekende tot christenen die zo gemakkelijk door de passie voor het theater verleid werden, zoekt hij hun edelere gevoelens bij te brengen: gevoel

Sluiten