Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

af geleden werd. De kerk binnentredende om over de aalmoes te spreken, begint hij zijn rede aldus:

,,Ik ben heden voor u opgetreden met een last, die zo billijk als heilzaam en uwer waardig is. De armen dezer stad hebben mij als hun gezant tot u afgevaardigd. Zij hebben dit niet met woorden gedaan, noch door een verzoekschrift, noch door een besluit der Overheid, maar alleen door het treurig en aandoenlijk gezicht van hun ellende. Want, toen ik mij over de markt en door de straten naar uw vergadering spoedde, en overal op de weg bedelaars zag liggen, verminkt aan handen en ogen of met ongeneeslijke zweren bedekt, meende ik mij aan de gruwzaamste wreedheid te zullen schuldig maken, wanneer ik u hierover niet onderhield; te meer, daar ook het jaargetijde mij hiertoe dwingt. Want het is wel te allen tijde nuttig en gepast om tot barmhartigheid te vermanen, daar wij toch allen zo grote behoefte hebben aan de barmhartigheid Gods; maar het is inzonderheid nodig in deze dagen, waarin de koude zo nijpend is; wanneer men geen arbeid vinden en niet in 't vrije overnachten kan. Een rechtschapen arme is meer waard dan een vervallen rijke. - Daar vragen sommigen de arme geheel uit, alvorens zij hem iets geven: vanwaar hij is, waarvan hij leeft, wat hij doet, welk handwerk hij geleerd heeft. Zij berispen hem omdat hij zo sterk is en verlangen duizendvoudige rekenschap over zijn gezondheid. Vandaar dan ook, dat velen zich als verminkten aanstellen, om onze hardvochtigheid

Sluiten