Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naars, de landheren bekommeren zich niet om de zielen hunner boeren. Dat deze christenen worden laat hen onverschillig. Valse en voorbijgaande populariteit jagen ze na, door markten en baden open te houden, en de wufte gebruiken van de stad op den buiten in te voeren. Zij bederven de boerenbevolking. En toch, de ziel van dat volk roept om brood! Joannes smeekt de rijke landheren, om toch hun armen lief te hebben, de armen, die niets anders hebben dan het eigen lichaam waarmede zij moeten werken. „Bouwt dus kerken in plaats van baden. Zegt niet dat er ergens in 't omliggende éne is: er moet op uw domein een kerk staan. . . Vroeg de keizer u een woonst te bouwen, om hem te herbergen, al was het maar voor éne dag, gij zoudt u haasten om hem te gehoorzamen. Doet niets minder voor God. Vindt ge dat het te grote uitgaven vergt? Begint alvast met een kleine bouw, uw erfgenaam zal hem doen vergroten." Zo sprak Chrysostomus en hij proclameerde de gelijkheid aller mensen in God en voor God. Tot in zijn diepste diepten bewogen, door de schreeuwende tegenstelling tussen bezitters en niet-bezitters - sommige heren bezaten tien, twintig huizen, evenveel baden, duizend en twee duizend slaven - trad hij op voor de slachtoffers van het maatschappelijk onrecht. Hij laat zijn toorn ontbranden tegen de rijken, tegen hun overmatige levensverfijning en verachting voor de armen, geringen en slaven. ,,Is het 't prestige van uw rijkdom dat uw geweten verblindt? Is het de zijden schittering uwer klederen? Weet

Sluiten