Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is het en een publieke waanzin, de kasten met klederen vol te proppen, terwijl Gods evenbeeld, de mens, daar staat te huiveren van de kou. O, zegt ge, hij wil ons bedriegen! Wat? Vreest ge niet dat dit woord alle hemelse bliksems over u ontketent? Ach, vergeeft het mij, de ellende van mijn volk zal mij nog doen barsten. Ziet slechts! gij zijt dik en vet, houdt drinkgelagen tot in de late nacht en slaapt op donzige, warme bedden. . . De arme daarentegen, die er nauwelijks beter aan toe is dan een dode, vraagt gij eerst helemaal uit, zonder Christus schrikkelijke rechterstoel te vrezen. . . En dan vraagt gij nog, waarom er een hel bestaat? Vraagt liever waarom er maar één hel bestaat!" Chrysostomus heeft zo gesproken, omdat zwijgen hem onmogelijk ware geweest. Wel voelt hij de massa achter zich, wel weet hij zich de vader, de vertrooster, de beschermer, de vriend en vertrouwensman van duizenden, — hij was een te groot mensenkenner, om dat niet te voelen maar zijn taal wordt geïnspireerd door een diepgaande overtuiging die hij als christen-leraar verantwoorden kon. Daarom wendt hij zich als redenaar nooit tot één afzonderlijk afgetrokken vermogen der ziel. Hij weet dat een opwekking van gevoel op degelijke beweegredenen moet steunen. Zo stapelt hij alle beweegredenen opeen, welke God in het oordeel zullen aanzetten om de hebzuchtigen en harden-van-gemoed te verwerpen, die den hongerenden arme niet hebben gespijzigd:

,,En ook wat den hongerlijdende betreft, is het

Sluiten