Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rijken, die hun rijkdom kwalijk besteden, valt hij aan. ,,Ik zeg het altijd: niet de rijke, maar de gierigaard is het voorwerp mijner bestraffing. Iets anders is rijkdom, iets anders hebzucht; iets anders een vermogend man, iets anders een vrek. Onderscheid de dingen wel, en meng geen ongelijksoortige zaken dooreen. Gij zijt rijk: daar heb ik niets tegen. Gij zijt hebzuchtig: daarvoor bestraf ik u. Gij bezit het uwe: geniet wat gij hebt. Gij rooft het goed van anderen: daarbij zwijg ik niet. Wilt gij mij stenigen, ik ben bereid mijn bloed te vergieten, zo ik slechts uw misdrijf verhoede. Haat en strijd bekommeren mij niet. Slechts één ding bekommert mij: de verbetering van mijn hoorders. De rijken zijn mijn kinderen en de armen zijn mijn kinderen. Daarom zo gij de armen aanvalt, bestraf ik u."

In al zijn homilieën zal, als een refrein van een voortdurende hymne tot de liefde Christi, de noodzakelijkheid en het nut van de aalmoes weerkeren. De aalmoes is het corollarium1) van zijn leven en de beste helper van zijn apostolaat. Hij leefde maar om te geven en te helpen. Zijn eerste hervorming tijdens zijn episcopaat te Constantinopel was een hervorming in eigen huishouding. Hij oordeelde dat het prestige van zijn heilig gezag, beter dan door de luisterrijke hofhouding van zijn voorganger, gediend zou worden door de eenvoudige levenswandel van een bisschop uit de apostolische tijden.

i) D.i. het natuurlijk uitvloeisel van een leven dat hij geheel in de dienst van den naaste had gesteld.

Sluiten