Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

studie nog niet gerijpt is. Op menige plaats van zijn redevoeringen heeft Joannes Chrysostomus, evenals Plato, het plan van zijn ideale republiek ontworpen. Maar beider opvattingen staan diametraal tegenover elkaar. Bij Plato, het misprijzen, bijna de haat van de handenarbeid; bij Chrysostomus een al te fel beklemtonen van de rol welke hij in de christelijke maatschappij te spelen heeft. De arbeid van den mens is van primair, het kapitaal van secundair belang.

Hij erkent het bestaansrecht van privaatbezit zoals de landelijke rijkdom van Job, van Abraham, van de grote woestijn-sheiks, — maar tegenover het veelal onrechtvaardig verworven kapitaal en de bezittingen van de grote handelsspeculanten van Antiochië en Constantinopel, is hij achterdochtig. Hij erkent de wettigheid van de rijkdommen, doch blijft met bijzondere voorliefde stil bij het universeel doel der bezittingen. Zoals ieder ambachtsman zijn ambacht heeft, zoals de landbouwer, de visser, de schipper, de soldaat, elk in zijn beroep, iets tot het algemeen welzijn bijdraagt, zo moet ook de rijke zijn rijkdommen naar behoren leren gebruiken en aalmoezen geven, wat het eerste ónder de beroepen is. Doet de rijke dit niet, dan ontloopt hij de vervulling van zijn sociale plicht. Om de grote eigenaars, wier rechten hij volledig erkent, hun sociale rol van milddadigheid en vrijgevigheid, sterker in te scherpen, spreekt hij hun van een zeker communisme, dat men het liefdecommunisme van het oer-christendom zou kunnen noemen, en dat met

Sluiten