Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIL CHRYSOSTOMUS EN SINT PAULUS

Toen de Anti-Johannieten, blinde agenten van de geest des verderfs, met aan hun hoofd den drijver uit Alexandrië, den heiligen leraar als een zondebok in harde ballingschap dreven, maakten zij hem deelachtig aan het verheerlijkend lijden van zijn groten lievelings-heilige Paulus van Tarsus. Als balling laat hij zijn invloed en zijn ijver zweven over zijn beproefde kerk en over bijna alle kerken van het Rijk. Hij weet dat edelmoedige mannen zijn werk voortzetten, maar hij voorziet dat ontmoediging ze zal besluipen. Daarom schrijft hij hun, ze opwekkend en bemoedigend door het tafereel van de standvastigheid en de heldhaftigheid der Apostelen. Zo richt hij tot bisschop Cyriacus deze opbeurende brief: ,,Word niet moedeloos noch wanhopig, mijn vriend! Toen ik uit de stad verdreven werd, voelde ik geen kommer in mijn hart, maar sprak tot mij zeiven: wil de keizerin mij verbannen, zij verbanne mij! De aarde is des Heren en haar volheid. Wil zij mij in stukken laten zagen, zij doe het! Ik heb Jesaja ten voorbeeld. Wil zij mij aan de golven prijs geven, ik denk aan Jonas; of aan de vlammen, ik heb de drie jongelingen in de vurige oven voor de geest. Wil zij mij aan de wilde dieren voorwerpen, ik denk aan Daniël in de leeuwenkuil. Wil zij mij laten stenigen, zij late mij stenigen! Ik zie op Stephanus den eersten martelaar. Verlangt zij mijn hoofd, zij neme het! Joannes de Doper is mijn voorganger. Wil

Sluiten