Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ADVENT.

JEUGD is lente, de tijd, waarin alle knoppen openspringen en alle vogelen hun lied zingen. Dan is er glans in het oog en veerkracht in den tred. Toekomstbeelden wenken. De baan ligt open. Het gaat een aanvang nemen.

Ook Advent is lente. Een stuk lente midden in den winter. Dan als het licht schaarsch is en de nevelen dicht, als elke dag vroeger avondt en het jaar oud en op raakt, dan bereidt zich de gemeente voor om Kerstfeest te vieren. Als het kalenderjaar aan zijn eind is, is het kerkelijk jaar begonnen en spreekt van het licht dat komt, van het nieuwe leven dat gaat doorbreken.

Jeugd en advent zijn beide: verwachting.

„Men had Hem eeuwenlang verwacht,

„Totdat Gods tijdperk was volbracht."

Jezus Christus is niet plotseling in deze wereld opgedoken: Zijn komst is voorbereid. En het volk dat als geen ander naar Hem heeft uitgezien, was Israël, het volk van den hartstocht der religie. Fel was zijn verlangen, forsch en geweldig zijn heilsverwachting. „Mijn ziel wacht op den Heer." Even te voren sprak de dichter van Psalm 130: „Ik verwacht den Heer." Nu is het: „mijn ziel." En dit

Sluiten