Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en anders dan een kreet van verlangen; daarachter ligt, behalve het hart en de liefde, ook de wijsheid en de kracht, de wil en het vermogen.

Bij God moet zijn in den beginne de persoonlijkheid die zich naar buiten wil openbaren, het hart dat naar liefde uitgaat. Maar in den beginne kan daar niets naast God zijn. En nu is er het Woord en het is bij God en het is God. Het is volkomen van God zelf en het allermeeste dat van Hem uitgaat. Het is wijs, het is levend, dus het moet leven verwekken, het moet scheppen, het heeft de wereld gemaakt en de menschen.

Wonderlijke gedachte, dat wij er zijn omdat er iets van God uitging en ons schiep, opdat Zijn hart naar ons zou uitgaan.

Maar hoe groot deze gedachte zij, 't is niet genoeg.

Het Woord is vleesch geworden en heeft onder ons Zijn tent opgeslagen.

Dat is het grootste van alles, het Kerstwonder, dat daar een klein kind in de kribbe ligt, dat daar een man onder ons rondwandelt, en wij mogen, ons buigend, aanvaarden: dat is nu het beste van God, dat gekomen is om met en onder ons te leven. Dat woord „gewoond" beteekent eigenlijk: hij heeft Zijn tent onder ons opgeslagen. Op onze woestijnreis in de dorre steppen staat daar een tent als van een gelijke die ons lot deelt. En toch is Hij dezelfde, die het eerst van God uitging, leven scheppend.

Kon God dichter bij ons komen en beter leeren kennen onze nooden, dan wonend bij ons in de tenten?

Nu weten wij: daar is wetenschap bij den Allerhoogste.

Maar ook: dat is Gods openbaring voor ons.

Stanley Jones heeft eens gezegd: God is, zooals Jezus is.

Daarom staat hier: wij hebben Zijn heerlijkheid aan-

Sluiten