Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schouwd als des Eeniggeborenen van den Vader. Wat is dat prachtig gezegd! Wij kunnen toch eigenlijk niet zeggen, zooals hierboven: het beste van God, want bij Hem is alles volmaakt. Wij kunnen niet zeggen: het eerste uit God, want Hij is eeuwig. Wij kunnen ook niet alleen zeggen: het vleeschgeworden Woord is uit God, want ten slotte is toch alles uit God.

Hoe nu aan te toonen de geheel eenige plaats van het Woord dat met ons in de tenten woonde? Dan heeft de evangelist de uitdrukking: de Eeniggeborene van den Vader. Hem ter eere, maar ook voor onze rust, opdat wij niet moede zouden worden van rechts en links te zoeken naar het heil.

Hoe durft hij dit woord te gebruiken, welk recht heeft Johannes? En dan zegt hij: wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid, die alleen dien oorsprong kon hebben.

Moeilijk woord. Er zal misschien iemand bij Johannes staan die niets gezien heeft. Arme afkomst, veel te kort leven, smadelijke dood. Zoo zal iemand stil staan te snikken over de schoonheid van het landschap dat hij zag. En een ander wil het ook genieten en vindt het onder donkere regenwolken en mist: de heerlijkheid. Maar Johannes weet wat hij zag en weet dat zij het samen zagen. Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd.

En om nu te weten wat die heerlijkheid is, moeten wij Zijn boek lezen en weer lezen; al schooner wordt Jezus in Zijn leven, in Zijn ondergang, in Zijn opstanding, en op 't eind heeft hij 't gevoel, dat de boeken der aarde niet zouden bevatten de volheid der heerlijkheid die hij zag.

En nu eindigt dit Kerstwoord met de uitdrukking, dat zij Zijn heerlijkheid zagen vol van genade en waarheid.

Sluiten