Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nissen heen, en komt ten slotte in den tempel van pure dankbaarheid over zichzelf terecht.

Maar den tollenaar begrijp ik alleen op zijn kantoor. Van kwaad tot erger. Het beruchte slachtoffer van het beruchte hellende vlak.

Doch de tollenaar in den tèmpel! Hoe hij er kwam, en wat hij er te maken had, is duister als de nacht. Ieder in zijn milieu. Wij zouden het misschien begrijpen, indien er voor hem onder de tempelgangers nog een zoet winstje te behalen of te bestelen viel.

Maar in den tempel om te bidden! En wat voor een gebed. Een gebed als een lawine, die alles verplettert en niets laat staan.

,,Mij zondaar". Een volledige auto-biographie in een enkel woord. Hij ziet op zijn leven terug. Alle gebeurtenissen en alle successen zinken weg. Er blijft slechts één gebeurtenis en één succes, n.1. dat hij eigen leven en ziel radicaal verdorven heeft. Hij ziet om zich heen. Godsdienst en braafheid grijnzen hem van alle kanten aan, lachen hem uit, oordeelen hem dood. Hij ziet vooruit, de toekomst in. Geen kans meer op herstel. Wat verknoeid is, blijft verknoeid, en de ziel die zichzelf doodelijk infecteerde behoeft van geen herstel te droomen. Hoe hij ook rondtuurt in het horizontale vlak, de dood grijnst hem van alle kanten aan. Een gewonde, die er slechts bij neervallen en sterven kan.

Maar boven de doodelijk gewonden, breekt de donkere lucht open in heerlijkheid. In den uithoek van den tempel, waar de tollenaar staat, valt een straal van licht regelrecht uit den Hemel, uit het hart van God. Het hoofd van den tollenaar is naar zijn schuldige borst gebogen, en hij kan, hij durft het licht niet zien. Maar hij voelt den

Sluiten