Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schen de discipelen van Jezus en die van Johannes was zóó groot geworden, dat de leerlingen van Johannes wel

samengingen met de Farizeërs! 1) Maar de vanuit

Machaerus gezonden jongeren ondernemen de reis, trekken naar Galilea, vallen midden in Jezus' werk binnen, en stellen Christus de vraag: „Gij, zijt gij ,,de komende"?"

Wat is nu op deze vraag het antwoord van Jezus? Zet Jezus een beweging op? Tracht Hij de volksmeening te beïnvloeden? Breekt Hij de gevangenis van den Dooper open? Niets van dit alles! Jezus offert Johannes op! Hij moet dit doen, want Jezus' taak is grooter dan Hijzelf, en Hij mag dit ook doen, want alleen wie bereid is zichzelf voor het grootere te offeren, mag ook zijn vrienden overgeven. Jezus tracht Johannes dus niet te bevrijden. Wijst Jezus dan aanstonds met gezag op zichzelf, en zegt Hij rechtstreeks: „Johannes vergist zich in zijn twijfel, Ik ben de Messias"? Ook dit doet Jezus niet, want dan had Hij zichzelf aan Johannes opgelegd. Christus heeft zulk een uitwendig gelooven op gezag altijd ter zijde gesteld. Wat doet Jezus dan wel? Jezus geeft een indirect antwoord, wijst op hetgeen er gebeurt, en Hij verwijst naar hetgeen er gebeurt in woorden ontleend aan de profetieën van Jesaja in hoofdstuk 35 en 61 2). Als Johannes de Dooper in één gedeelte van het Oude Testament thuis is geweest, was het zeker wel in de profetieën van Jesaja. Telkens spreekt hij in beelden en vormen, die aan Jesaja zijn ontleend. Welnu, doordat Jezus datgene wat er gebeurde verbond met de profetieën van Jesaja, viel er over de gebeurtenissen zelve het Messiaansche licht. De werken van Jezus waren voor Johannes een hinderpaal. Door de verbinding met Jesaja, wordt, wat voor Johannes hinderpaal was, in een hefboom omgezet. „Johannes", wil Jezus

Sluiten