Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen, ,,de teekenen van den Messias, waarvan Jesaja spreekt, zijn er". Het Rijk is er, en het komt. Zie maar naar wat er gebeurt. De ervaring bewijst het.

Het is wel opvallend, zoo vriendelijk als Jezus de boden van Johannes antwoordt. Wanneer er elders tot Jezus gezegd wordt, dat de Farizeërs zich aan Jezus geërgerd hebben, luidt het antwoord van Jezus: „elke planting, welke mijn hemelsche Vader niet geplant heeft, zal ontworteld worden. Laat hen begaan: het zijn blinde leidslieden van blinden!" 3) Dat was geen vriendelijk antwoord. Geheel anders luidt het antwoord van Jezus, nu Johannes zich aan Hem ergert. Allereerst valt het op, dat Jezus in Zijn verwijzen naar de woorden uit Jesaja in het geheel geen melding maakt van Jesaja's woord betreffende de vrijlating der gevangenen. Over deze woorden spreekt Jezus wel in Zijn rede in de Synagoge te Nazareth. 4) Tegenover de discipelen van den gevangen woestijnprediker maakt Hij er echter geen melding van. Johannes had het al moeilijk genoeg. Jezus zegt ook niet: „laat uw meester eens aan zijn eigen woorden denken, en niet uit het oog verliezen, dat „die na hem komt grooter is dan hij." Maar Jezus herinnert Johannes aan de woorden van den profeet, dien Johannes zelf meer dan eenigen anderen profeet liefhad, versterkt hem door eigen werk met de profetie te verbinden, en ontfermt zich over den man, die zelf eens al de ongeloovigen als kaf had willen uitroeien, door er op te wijzen, dat den armen, d.i. ook den onvasten, d.i. ook aan Johannes, het Evangelie wordt verkondigd.

Ligt er dan in de woorden van Jezus niet tegelijk een terechtwijzing? Zeker, want Jezus zegt: „Zalig is hij, die aan mij niet zal geërgerd worden". Telkens weer treft het ons, dat Jezus in geval van twijfel eerst een troostwoord

Sluiten