Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Johannes „ook" al niets is. Zoolang hij in de woestijn optrad, had hij wel heel wat te beweren, maar nu is dan toch wel overduidelijk gebleken, dat hij een zwakkeling is, en een riet, dat door den wind heen en weer wordt bewogen. Het is een kenmerk van ons, middelmatige menschen, dat wij slecht tegen een groot man kunnen. Vooral vinden wij menschen het wel prettig als een groot man eens in zijn zwakheid openbaar wordt, en ook een zondig sterveling blijkt te zijn. Er zijn voorbeelden uit de geschiedenis — ook van ons eigen land — te over. Wij zien het hier eveneens bij de menschen die praten over Johannes den Dooper. Kort geleden stroomde het naar de wildernis om den weergaloozen man te hooren. Nu krijgt hij het te kwaad in de gevangenis. En dezelfde menschen die den Dooper eerst bewonderden, zeggen nu: die Johannes is een zwakkeling en een riet. „Ook" al niets.

Wat doet Jezus? De menschen declineeren Johannes achter den rug. Jezus berispt den Dooper en zijn leerlingen, terwijl de boden aanwezig zijn; zoodra de boden vertrokken zijn, neemt Hij het voor Johannes op. De menschen verheugen zich in de zwakheid van Johannes en laten den Dooper terstond in den steek. Jezus verheugt zich er niet in, laat hem in zijn onvaste oogenblikken niet los, leert ons dat wij een berg niet naar den voet, maar naar den top moeten meten. In de woorden van Jezus, die nu volgen, wordt Johannes door Jezus tot den hemel toe opgeheven. De eene loftuiting wordt als het ware op de andere gestapeld. Johannes de Dooper is geen riet. Hij is geen zwakkeling. Hij is een profeet. Hij is meer dan een profeet. Onder hen die van vrouwen geboren zijn, is niemand opgetreden grooter dan Johannes de Dooper. Hij is Elia die komen zou. Wie ooren heeft, hoore!

Sluiten